|
Met dank aan: Gerhard Bartels -
Hengelo
Het houden en kweken van zangkanaries.
Er zijn tegenwoordig veel mensen, vooral hier in Twente, die
achter hun huis in de tuin, naast struiken en bloemen, een volière
hebben, met daarin verschillende soorten vogels. Een volière
bestaat bijna altijd uit een nachthok en een open vliegruimte van
gaas. In de zomer, wanneer men lekker buiten zit, kan men dan mede
genieten van de prachtige vorm en kleuren van de vogels,
alsmede van de diverse zanggeluiden, die ze voortbrengen.
Voor
diegene, die zangkanaries in hun volière hebben, bestaan er 2
soorten, nl. “Harzers” en “Waterslagers”. Het aantal
liefhebbers van zangkanaries, in hoeveelheid weggedrukt door
liefhebbers van kleur- en postuurkanaries, breidt zich momenteel
weer uit. De zogenaamde Belgische Waterslager wordt steeds
populairder, zeker in Twente, en heeft de Harzer, de andere
zangkanarie soort, van de eerste plaats verdrongen. De
Water- slager zingt harder en oogt wat robuuster. Dat willen de
liefhebbers van nu graag zien en horen. Misschien is dit het
tijdsbeeld, kijk maar naar de hedendaagse muziek.
Naast het houden van deze zangvogels in de volière kan men ze ook
kweken om er mee naar wedstrijden te gaan. De kanaries worden daar
beoordeeld op hun zang. Andere soorten kanaries worden
beoordeeld op hun kleur, resp. postuur etc.
Zelf heb ik zangkanaries, de Belgische Waterslager. Het is een
hobby, waar ik het hele jaar mee bezig ben. Het begint in
het voorjaar met de kweek. Omdat we graag voor dat we op vakantie
gaan met de kweek klaar willen zijn, gaan we eind januari,
na het seizoen van wedstrijden en tentoonstellingen, de dag
kunstmatig langer maken, door ’s morgens en ’s avonds t.l.
verlichting in het nachthok bij aan te steken. Er zijn ongeveer 15
uren per dag licht nodig om de bevruchting goed te laten verlopen.
Daarnaast dienen we het hok wat te verwarmen en we kunnen in
februari/maart beginnen met het kweken van jonge kanaries. Het
kan zelfs nog eerder. De popjes (vrouwtjes) worden in hun broedhok
gezet, ieder apart in een ruimte van ongeveer 40 x 40 x 50 cm,
waarna ze na ca. een week beginnen met het maken van hun nestjes.
Hiervoor geven we ze aan stukjes geknipt garen, hetgeen vroeger in
de textielweverijen gebruikt werd. Men kan het tegenwoordig ook
kant en klaar in de dierenzaken kopen.
Wanneer de popjes met het maken van hun nest begonnen zijn,
betekent dit dat ze broedrijp zijn, zodat we het mannetje erbij
kunnen plaatsen om het popje te bevruchten Na enkele dagen begint
het popje dan iedere dag een eitje te leggen, tot ca. 4 `a 5
totaal.
De gelegde eitjes halen we
iedere dag uit het nestje en leggen er een gips eitje voor in de
plaats. Daarna, als er 4 eitjes gelegd zijn, leggen we alles weer
terug in het nestje zodat het popje op alle eitjes tegelijk begint
te broeden en deze vervolgens, als alles gaat zoals het moet gaan,
na 13 dagen tegelijk uitkomen.
De oude vogels (het popje alleen of soms het popje samen met het
mannetje) voeren de jongen. Ze eten hun eigen voedsel (veel
eivoer, zaad en groenvoer) op en geven dit daarna vanuit hun
kropje, geweekt terug aan hun jongen. Na ca. 4 weken kunnen de
jonge vogeltjes zich alleen redden. Ze krijgen dan al hetzelfde
voedsel als de oudere vogels. en worden in de volière geplaatst,
waar ze de zomer doorbrengen én waar de mannetjes hun zangstudie
beginnen. Dit doen ze door hun erfelijke aanleg en door te
luisteren naar de zang van de oude mannetjes.
In juli/augustus beginnen ze te ruien om een nieuw verenpak te
krijgen. Na de rui , die tot ca. oktober duurt,vangen we de
jonge mannetjes eruit en plaatsen deze in een inzetkooitje in een
zg. zangkast.
Dit is een kast met schappen van ca. 30 cm. diepte, waar de
kooitjes naast en onder en boven elkaar in worden geplaatst. Wat
later komt er een gordijn voor te hangen, zodat de vogels in de
schemer zitten. Hierdoor kunnen ze ongestoord hun lied
vervolmaken.
Na een paar weken begint de training voor de wedstrijd. Dat
gebeurt door de vogels met 4 kooitjes boven elkaar op een tafel
uit te zetten in een met kunstlicht verlicht vertrek. Door
het licht worden ze gestimuleerd om te gaan zingen, zoals ze van nature in het ochtendgloren doen.
Dit wordt thuis wat geoefend, waarna ze naar de wedstrijden
gaan, waar ze worden beoordeeld op hun zang. De keurmeester
beoordeelt de verschillende ‘toeren’ (dit zijn stukjes melodie)
van het lied dat ze dienen te brengen (ca. 10 à 12 verschillende
‘toeren’) op hun waarde. Ook wordt er gelet op de gelijkenis van
het lied met het lied van de nachtegaal. We noemen dit het z.g. “nachtegaal-accent”.
Bij de nachtegaal heeft de laatste strofe van de toer altijd meer
kracht dan het begin van de toer. Dit proberen we er ook bij de
Waterslager in te kweken, door oude vogels, waarvan wij denken dat
ze de goede eigenschappen bezitten, met elkaar te paren.Het is de
kunst om dit goed voor elkaar te krijgen. Wanneer alle punten per
vogel bij elkaar zijn opgeteld, kunnen de winnaars in de
verschillende categorieën bekend gemaakt worden.
De verschillende categorieën bestaan uit: stammen, stellen en
enkelingen. Een stam is 4 vogels, een stel is 2 vogels en een
enkeling 1 vogel en dan heb je nog de ‘meester-zanger’. Dat is de
vogel met het hoogste aantal punten uit alle categorieën.
Na deze periode van wedstrijden in
de winter, komt het voorjaar en beginnen we weer met de kweek,
waarvoor de beste mannen en poppen worden geselecteerd op hun
zang en hun gezondheid. Wanneer iemand, die thuis een volière met
de juiste vogels heeft, mee wil doen aan wedstrijden, dan
kan hij lid worden van een vogelvereniging . Bijna iedere
plaats in Twente heeft een of meerdere verenigingen, waar je lid
kunt worden.
Iedere vereniging heeft zijn
jaarlijkse wedstrijd.. Daarnaast bestaat er een gewestelijke
wedstrijd en een wedstrijd om het kampioenschap van
Nederland. Speciaal voor de waterslager kwekers bestaat er
bovendien de wedstrijd van de “Twentse Waterslager Club” voor
leden uit Twente en de wedstrijd van de “Nachtegaal” voor leden
uit het gehele land. Het is geen dure hobby, maar het kost
natuurlijk wel wat, o.a. het hok en de volière, materialen voor
kweek en wedstrijden, ringen, de contributie voor de vereniging en
niet te vergeten het voer. Als opbrengst hebben we
natuurlijk het geld, dat we ontvangen voor vogels, die we zelf
niet nodig hebben voor de kweek en dus kunnen verkopen.
Het is al met al een mooie hobby
waar veel mensen veel plezier aan beleven.
Gerhard Bartels, Hengelo
|